Les 5 Bezoek van de eigenaar

Lesinhoud:

  • De eigenaar komt de koffer ophalen. De kinderen krijgen de gelegenheid om de eigenaar vragen te stellen over de koffer en de inhoud. De klas ontvangt vooraf al een brief van de eigenaar van de koffer dat de koffer wordt opgehaald. De woorden uit de voorgaande activiteiten kunnen tijdens de interactie met de eigenaar op een natuurlijke manier worden herhaald

Lesdoelen:

  • De kinderen horen van de eigenaar de persoonlijke verhalen achter de verschillende voorwerpen en waarom ze belangrijk voor de eigenaar zijn

Benodigdheden:

Tijd:

  • 40 minuten

Voorbereiding:

  • Print de brief van de eigenaar van de koffer, doe hem in een envelop en schrijf daarop het adres van de school. Afhankelijk van het taalvaardigheidsniveau van de kinderen in uw groep, vereenvoudig je de brief eventueel
  • Bereid de kinderen voor op het bezoek in de klas door de brief voor te lezen en ze nog eens extra nieuwsgierig te maken naar de eigenaar van de koffer. Naar aanleiding van de brief formuleren de kinderen alvast vragen die zij aan de eigenaar kunnen stellen
  • Doe de kinderen eventueel een naamsticker op, zodat de acteur kinderen direct kan aanspreken. Zet ze in een kring zodat de kinderen en de acteur elkaar goed kunnen zien
  • Geef bij ontvangst van de acteur de sleutel van het sleutelkistje (stiekem!)
  • Je kunt de afsluiting van deze activiteit eventueel op een ander tijdstip uitvoeren

 

1. Introductie

Laat de envelop zien, maak hem open en lees de brief van de eigenaar van de koffer voor aan de kinderen. Laat hen op de brief reageren. Hoe kunnen ze er achter komen of de koffer in de klas inderdaad de koffer van deze Charlie is?

 

2. Klassengesprek

1. De kinderen kunnen vragen stellen aan de eigenaar van de koffer. Ook kunnen de kinderen vertellen over de voorwerpen uit de koffer en over de dingen die ze hebben gedaan met de voorwerpen.

Spreek met de kinderen af dat de koffer niet zomaar wordt meegegeven. Overleg met de kinderen wat ze kunnen doen om erachter te komen of hij/zij daadwerkelijk de eigenaar is. Stuur aan op het bedenken van vragen over de inhoud van de koffer, zodat ze kunnen controleren of Charlie wel precies weet wat er in de koffer zit. Bijvoorbeeld: Hoe bent u de koffer kwijtgeraakt? Wat voor spullen zitten er in de koffer? Zou het afgesloten kistje een troef kunnen zijn? Kan het kistje open? Spreek met de kinderen af dat deze vragen tijdens het bezoek van de mogelijke eigenaar aan hem gesteld kunnen worden.

2. Breng samen met de kinderen de koffer weer in de oude staat. Dat wil zeggen dat alle spulletjes en voorwerpen weer op hun oude plekje in de koffer worden gelegd.

 

3. Het bezoek van de acteur

De eigenaar neemt plaats in de klas. Natuurlijk zal Charlie, als eigenaar, eerst kijken of de persoonlijke eigendommen nog compleet en intact zijn. Om te controleren of Charlie de echte eigenaar is, stellen de kinderen de van tevoren bedachte vragen. De eigenaar beantwoordt de vragen en vertelt bovendien over de koffer, over de voorwerpen, over zijn leven en over zijn beroep. De verteller zal een interactieve houding aannemen, zodat de kinderen de gelegenheid krijgen te reageren op wat Charlie zegt. Bovendien krijgen de kinderen zo de kans zelf te vertellen wat zij met de voorwerpen hebben gedaan.

Tot slot kan Charlie echt bewijzen dat de koffer van hem is: de acteur heeft de sleutel om het geheime kistje te openen.

 

4. Afsluiting

Wanneer de kinderen ervan overtuigd zijn dat hij/zij de eigenaar is, kan hij/zij zijn koffer meenemen. Hadden de kinderen op grond van de voorwerpen uit de koffer al eerder het idee dat de eigenaar een kleermaker zou zijn? Wanneer wisten ze dat?

 

Tips voor de leerkracht

  • Naar aanleiding van de koffer laat je de kinderen zelf een koffer, doosje of kistje knutselen, waarin ze hun eigen 'waardevolle' spulletjes kunnen stoppen. Laat de kinderen over die voorwerpen vertellen. Waarom willen ze juist die spulletjes bewaren? Dit vertellen kan een dagelijks terugkerende activiteit zijn, bijvoorbeeld tijdens de ochtendkring.
  • Speel een spel met bovengenoemde zelfgemaakte koffertjes, doosjes of kistjes: laat van een van de koffertjes de inhoud zien. De kinderen raden van wie de koffer is en geven aan waarom ze dat denken.
  • Laat de kinderen van thuis ook een voorwerp meenemen waarvan ze denken dat andere kinderen het niet kennen. De rest van de klas raadt wat het zou kunnen zijn. Stimuleer de kinderen daarbij weer hun fantasie te gebruiken.