Les 4 Het muntapparaat

Activiteit:           

  • De kinderen bekijken aandachtig de constructie en de uiterlijke kenmerken van het muntjesapparaat en ze fantaseren wat het zou kunnen zijn. Daarnaast praten de leerlingen over de voorwerpen die ze van huis hebben meegebracht.

Doel:    

  • De kinderen beschrijven en bedenken wat dit voorwerp kan zijn. De kinderen praten over hun meegebrachte voorwerp en leggen een relatie met het thema reizen.

Duur:   

  • 45 minuten

Lespakket:         

  • Het sorteerapparaat uit de koffer

Voorbereiding:

  • Vraag een dag van tevoren (of al na de introductie van de koffer) aan de kinderen of zij van thuis iets willen meebrengen dat hun doet denken aan een korte reis, aan onderweg zijn. Denk aan een korte vakantie, logeerpartij of uitje. Wat hebben ze mee als ze ergens naar toe gaan of wat vinden ze leuk om mee terug te nemen van een logeerpartij, dagje uit of vakantie. Laat het kleine dingen zijn, iets dat ze gevonden hebben onderweg of een herinnering.
  • Papier en stiften, verf of krijt klaarleggen

    1. Introductie

    Het raadsel rondom de eigenaar van de koffer is nog steeds niet opgelost. Van wie is nu die koffer? Om meer te weten te komen over de eigenaar, haalt u een nieuw voorwerp uit de koffer: het muntjesapparaat.

    2. Klassengesprek

    1. Laat de kinderen het muntjesapparaat bekijken. Stel hen enkele vragen over het voorwerp. Hoe voelt het? Zacht of hard? Is het zwaar of licht?

    Waar is het van gemaakt? Is het van plastic? Metaal?

    Kunnen er dingen in? En uit?

    Kunnen er onderdelen bewegen?

    Wat is de bovenkant en wat de onderkant?

    Wijs twee kinderen aan die nog wat beter kijken. Wat valt je op? Als je goed kijkt zie je dat het apparaat uit verschillende buisjes bestaat. Kan iedereen dat zien? Hoeveel buisjes tel je? Wat zou je erin kunnen doen? Dropjes? Water? Pennen? Muntjes? Waarom wel of niet?

    Laat de kinderen fantaseren want het is een moeilijk voorwerp om te raden.

    1. Vertel dat het een muntjesapparaat is dat vroeger bijvoorbeeld een tram- of buscontroleurs, maar ook op de veerpont. Het muntjesapparaat droeg iemand om zijn middel droeg zodat hij snel en makkelijk zijn munten bij de hand had. Bovendien sorteerde het apparaat door de buisjes de verschillende munten waardoor hij heel makkelijk zijn wisselgeld eruit kon halen. Bovenin deed hij de munten die hij van een passagier ontving erin. Door op het schuifje van het betreffende buisje te drukken kwam het muntje er aan de onderzijde weer uit.

    U kunt het voordoen door er muntjes in te doen. Doe het apparaat om bij u of een leerling en speel voor conducteur of veerman. Het zou mooi zijn als u nog een conducteurpet bij de hand heeft.

    1. Het muntjesapparaat dient dus ook om iets in te bewaren, namelijk munten. Laat kinderen bedenken hoe in bijvoorbeeld in winkels, bussen, restaurants etc mensen (wissel)geld bewaren. Hoe betalen we tegenwoordig in de bus, trein, vliegtuig, tram, etc.
    1. Het muntjesapparaat heeft dus ook te maken met reizen, onderweg zijn, ergens naar toe gaan. De kinderen hebben een voorwerp mee dat hun doet denken aan een reisje.


    In tweetallen
    De kinderen halen hun eigen voorwerp te voorschijn dat ze meegebracht hebben van thuis. U kunt ervoor kiezen de kinderen eerst in tweetallen aan elkaar te laten vertellen wat hun voorwerp is, hoe ze eraan komen, waarom ze juist dit hebben meegenomen.

    Laat vervolgens een aantal tweetallen over een van de meegebrachte voorwerpen vertellen. Laat de klas reageren op het voorwerp: wat vertelt het voorwerp over het reisje (de vakantie, uitje, logeerpartij)? Waar was je naar toe? Hoe gingen (met welk vervoermiddel) gingen jullie erheen? Was de reis lang? Hoe zag de omgeving eruit? Wat was er anders dan een dagje thuis?

    Herinnert de klas zich nog het slingertouw eerder uit het project? Zouden ze dit voorwerp aan het slingertouw willen hangen?

    3. Afsluiting

    Het is eigenlijk jammer dat zo’n bijzonder voorwerp weer in de koffer verdwijnt. Zet daarom het muntjesapparaat en alle meegebrachte voorwerpen bij wijze van tentoonstelling op een zichtbare plek in de klas. U kunt kijken of er de voorwerpen te sorteren zijn: op kleur, grootte, materiaal, etc.

    De kinderen leveren onder uw leiding per voorwerp informatie: bijvoorbeeld door een tekening of collage van hun reisje erbij te doen. Zo ontstaat er een kleine tentoonstelling van tekeningen met voorwerpjes die gaan over reizen.

    Tips voor de leerkracht

    • Doe het spel ‘Ik ga op reis en neem mee’. De kinderen vullen om de beurt de zin ‘Ik ga op reis en ik neem mee….’ aan met een voorwerp dat zij meenemen op reis. Bespreek waarom ze dat willen meenemen en het doel van de reis. U kunt de opdracht ook verfijnen door. ‘Ik ga een dagje naar het (strand, bos, etc.) en neem mee…’
    • Print werkblad 3. Hierop zijn verschillende vervoermiddelen afgebeeld. Sommigen vervoermiddelen zijn van lang geleden en de anderen van vandaag. U kunt de leerlingen laten kijken welke vervoermiddelen bij elkaar horen. Laat ze een lijntje trekken tussen de bij elkaar horende vervoermiddelen. Welke vervoersmiddelen kennen ze nog meer?
    • Door een muntje onder papier te leggen en er dan met een zacht potlood of krijtje overheen te krassen, kun je een afdruk maken. Laat kinderen van verschillende munten afdrukken maken. Zo maken ze hun eigen geld.