Les 4 De kaars van de Cuneratoren

Activiteit:

  • De kinderen bekijken de kaars van de Cuneratoren uit de koffer en vergelijken het met hun eigen meegebrachte miniatuur of souvenir van een vakantie, dat voor hun een speciale betekenis heeft.

Doel:

  • De kinderen leren een voorwerp te beschrijven en te vergelijken met iets dat ze zelf hebben (bewaard).

Tijd:

  • 30 minuten

Organisatie:

  • Introductie van het voorwerp in de grote groep, daar bij voorkeur in kleine groepjes

Benodigdheden:

  • De koffer

Voorbereiding:

  • Vraag een dag van tevoren (of al na de introductie van de koffer) aan de kinderen of zij iets van thuis willen meebrengen waarvan zij vinden dat het lijkt op de kaars van de toren. Dit kan iets kleins zijn dat in het echt heel groot is, maar ook een vakantieherinnering (souvenir) dat zij hebben meegenomen. Dat kunnen allerlei spullen zijn: andere miniatuurtjes, afbeeldingen van torens of bijvoorbeeld playmobiel, andere gekke kaarsen, maar ook placemats van de vakantie. Bij voorkeur geen gekochte spullen, het gaat om eenvoudige, zelf gevonden en voor het kind een betekenisvol voorwerp.
  • Zorg dat u een aantal plaatjes en andere verzamelvoorwerpen achter de hand heeft voor de kinderen die niks hebben meegebracht.

1. Introductie

Wijs de kinderen op het souvenir van de Cuneratoren. Wat zou dit kunnen zijn?

2. Klassengesprek

  1. Laat de kaars rondgaan. Ga in op de uiterlijke kenmerken van de replica: waarvan is het gemaakt? wat is het? welke kleur heeft het?

Wijs twee leerlingen aan die de replica samen nauwkeuriger moeten beschrijven. Laat ze omstebeurt aan het woord: hoe ziet het voorwerp eruit? Is het lang? Is de bovenkant breder of smaller? zie je ramen? welke vorm hebben de ramen? waarvan is het voorwerp gemaakt? waarom zit er een lont aan?

  1. Het is dus een kaars in de vorm van een toren. Laat twee andere kinderen het voorwerp in context plaatsen: herken je deze toren? Staat de toren soms in Rhenen? Is deze toren in het echt heel hoog? Waarom, denk je, zou deze van kaarsvet zo klein zijn? Zou het voorwerp van een kind zijn of sparen grote mensen ook zulke voorwerpen?
  1. Leg uit dat dit een kaars is van de Cuneratoren in Rhenen. Kennen jullie die toren? U kunt nu kort iets vertellen over de toren, waarbij u gebruik maken kunt van de verklaring van de erfgoedvoorwerpen in bijlage 1.

Door de eeuwen heen was deze toren een herkenningspunt voor reizigers. Je zag de toren al van verre, dat zie je ook op de ansichtkaarten en de oude foto’s. Laat deze plaatjes rondgaan. Laat de kinderen een oude en een nieuwe foto (foto’s 1 en 2) van de Cuneratoren vergelijken. Is het dezelfde toren? Hoe zie je dat? Wat is er veranderd? (let op de wijzerplaat van de klok, die is na de oorlog een etage gestegen).

Laat nu de ansichtkaart zien waarop de toren in puin ligt en de foto’s waarop de toren in de steigers staat (foto’s 3, 4 en de ansichtkaart). Wat was er gebeurd? Welk plaatje is ouder? Zou het zo kunnen zijn dat de wijzerplaat na de verbouwing verplaatst is?

  1. De kaars is dus een kleine versie die iemand heeft gekocht ter herinnering aan zijn bezoek aan de toren of aan Rhenen. Vraag een aantal kinderen naar hun mening over het voorwerp uit de koffer. Zouden zij zo’n voorwerp willen hebben? Waarom niet/wel? Vind je het voorwerp mooi/lelijk en waarom? Nemen ze zelf wel eens iets mee van een plek waar ze zijn geweest (denk aan het strand, het bos of vakantie)?

3. In tweetallen

Ter vergelijking halen de kinderen hun eigen ‘vergelijkbare’ voorwerp te voorschijn dat ze meegebracht hebben van thuis. Laat de kinderen in tweetallen aan elkaar vertellen wat hun voorwerp is, hoe ze eraan komen, waarom ze het bijzonder vinden en waarom ze juist dit hebben meegenomen.

Laat vervolgens een aantal tweetallen over een van de meegebrachte voorwerpen vertellen. Laat de klas reageren op het voorwerp: wat is er anders aan dit voorwerp dan aan de kaars van de toren? Herinnert de klas zich nog het slingertouw eerder uit het project? Zouden ze dit voorwerp aan het slingertouw willen hangen?

koffer3klein

4. Afsluiting

Het is eigenlijk jammer dat zo’n bijzonder voorwerp weer in de koffer verdwijnt. Zet daarom de kaars en alle meegebrachte ‘vergelijkbare’ voorwerpen bij wijze van tentoonstelling op een zichtbare plek in de klas. De kinderen leveren onder uw leiding per voorwerp informatie. Dat doen ze mondeling of door middel van (na)geschreven of (na)gestempelde kaartjes. Op aanwijzing van het kind aan wie het voorwerp toebehoort schrijft u voor elk voorwerp op een kaartje hoe het voorwerp heet en waarom dit voor het kind zo’n bijzonder voorwerp is. Zet de kaartjes bij de desbetreffende voorwerpen. Tijdens een rondleiding leest u de kaartjes voor.

In de loop van het project kunnen er andere voorwerpen tentoongesteld worden. Laat de tentoonstelling bij voorkeur tot de komst van de eigenaar van de koffer staan.

Tips voor de leerkracht

  • Bouw met blokken een hele hoge Cuneratoren na.
  • Voorbereidend rekenen voor kleuters: leg alle voorwerpen die de kinderen hebben meegenomen in volgorde van grootte. Bijvoorbeeld van groot naar klein of van klein naar groot. Zijn er voorwerpen die bij elkaar passen en in groepjes bijeen kunnen worden gelegd? Hoeveel groepjes zijn er?
  • In de koffer zitten de voorwerpen in allerlei verschillende zakjes en doosjes. Ook de kaars zit goed verpakt in bubbeltjesplastic. Vergelijk de verpakkingen met alle andere zakjes en tassen die in de klas aanwezig zijn. Geef de kinderen de gelegenheid in kleine groepen een zakje te plakken voor hun eigen voorwerp. Bespreek hoe groot de verschillende zakjes zijn. Welke zijn hoekiger? Welke zak is het grootst? Ga ook in op de verschillende kleuren van de zakjes.