Les 3 Het touw

Activiteit:

  • De kinderen bekijken aandachtig de constructie en de uiterlijke kenmerken van het touw en vertellen wat je allemaal met een touw kunt doen. Vervolgens maken de kinderen naar aanleiding van het gedichtje ”Ik heb een touw” een eigen slingertouw met schatten.

Doel:

  • De kinderen kunnen het voorwerp beschrijven en bedenken wat zij belangrijk genoeg vinden om te bewaren

Tijd:

  • 45 minuten

Organisatie:

  • Klassengesprek, dan in kleine groepjes het slingertouw maken en een afsluitende klassikale activiteit

Benodigdheden:

  • De koffer

School:

  • Kaartjes en touw voor het maken van een slingertouw
  • kleurpotloden
  • Verkleedkleren voor het koorddansen

Voorbereiding:

  • Gedichtje “Ik heb een touw” van buiten leren
  • Kaartjes knippen voor het slingertouw en alvast een gaatje erin perforeren
  • Per kind 1 groter touw en enkele kleine stukjes touw of paperclips klaarleggen

1. Introductie

Het raadsel rondom de eigenaar van de koffer is nog steeds niet opgelost. Van wie is nu die koffer? Om meer te weten te komen over de eigenaar, haalt u een nieuw voorwerp uit de koffer: het touw.

2. Klassengesprek

  1. Laat de kinderen het touw bekijken. Stel hen enkele vragen over het voorwerp. Wat is het?
  • Hoe voelt het? Zacht of ruw?
  • Waar is het van gemaakt? Is het van plastic? Is het van vezels?
  • Welke kleur heeft het touw? Bruin, wit, zwart?
  • Als je goed kijkt zie je dat het touw uit een heleboel verschillende dunne touwtjes bestaat. Kan iedereen dat zien? Kun je die tellen? Dat is heel moeilijk
  1. Laat twee kinderen het touw helemaal uitleggen op de vloer van de klas. Het leukst is wanneer het dwars door de kring gaat.
  • Is het lang of kort?
  • Is het langer dan een kind?
  • Hoeveel kinderen passen er langs het touw? Wijs één voor één een kind aan die langs het touw moet gaan liggen.
  • Hoe kun je meten hoe lang het touw is? Meet de lengte van het touw op met het meetlint dat ook in de koffer zit.
  1. Wijs twee kinderen aan die vertellen hoe dik het touw is.
  • Is het een dik of een dun touw?
  • Is het dikker dan een potlood?
  • Is het dikker dan je duim?
  • Is het zo dik als een stoelpoot?
  1. Laat twee of drie kinderen vertellen wat je allemaal kunt doen met een touw.
  • Iets vastbinden, figuren leggen, touwtrekken, koorddansen, spelletjes, iets opmeten etc..
  • Hebben de kinderen dat zelf wel eens gedaan?
  1. Lees het volgende gedichtje van Iene Biemans voor:

Ik heb een touw

Ik heb een touw

om vast te binden

alles wat ik mooi kan vinden.

Alles waar ik veel van hou

bind ik

aan mijn slingertouw

  • Vraag aan de kinderen om allemaal een ding in hun hoofd te nemen dat zij aan zo'n touw zouden willen hangen. Vertel dat je de spreektekst nog een keer op gaat zeggen en daarna een aantal kinderen zal aanwijzen die hun ding op mogen noemen. Doe dit een aantal keer achter elkaar. Zorg ervoor dat alle kinderen aan de beurt komen en dat je het gedicht ongeveer 6 keer opzegt. Bij een klas van 30 betekent dit dus dat je iedere keer 5 kinderen een beurt geeft.) Klap het ritme van de spreektekst mee tijdens het opzeggen.
  • Vraag aan de kinderen wie het gedicht al denkt op te kunnen zeggen. Laat enkele kinderen dit proberen. Help waar nodig.
  • Zeg vervolgens zelf het gedicht weer op en laat alle kinderen het nu zachtjes meezeggen.

3. In kleine groepjes

  • Laat de kinderen nu zelf een eigen slingertouw maken. Geef hen een draad en een aantal blanco kaartjes met een gaatje erin geperforeerd. Laat hen hierop tekenen wat zij mooi vinden/waar zij van houden. Leg ook een aantal korte draadjes of paperclips klaar, waarmee ze de kaartjes kunnen vastknopen aan het slingertouw.

4. Afsluiting

  • Ga weer met de kinderen in de kring zitten. Laat ze hun slingertouw voor zich op de grond leggen. Vraag de kinderen om nog een keer heel goed te luisteren naar het gedicht. Pak vervolgens zelf een paar van deze touwen en bekijk deze met z'n allen. Wat hangt er allemaal aan? Laat degene die het touw gemaakt heeft vertellen waarom hij deze dingen eraan heeft gehangen. Bekijk/bespreek ook hoe de dingen zijn vastgemaakt.
  • Aan het eind kunnen alle touwen in de klas worden opgehangen. Laat ze hangen totdat de koffer wordt opgehaald.

Bron: www.digischool.nl


Tips voor de leerkracht

  • Verdeel de klas in twee of vier groepen. Knoop een lapje stof of een theedoek in het midden van het touw en laat de klas touwtrekken. Welk groepje is het sterkst? Doe ook eens de jongens tegen de meiden. Wanneer er in de klas te weinig ruimte is kun je deze activiteit ook uitvoeren op het schoolplein of in de gang.
  • Als afsluiting koorddansen. Laat de kinderen voetje voor voetje over het touw lopen en doe alsof het hoog in de lucht hangt met hongerige krokodillen eronder. Natuurlijk heeft de koorddanser een parapluutje in zijn/haar hand.
  • Laat de kinderen in tweetallen met een stukje touw figuren leggen. Een cirkel, een vierkant en een driehoek. Laat de kinderen ook zelf een vorm bedenken en aan elkaar vertellen wat het is. Dit kan van alles zijn, dieren, huizen etc.
    Als dat te moeilijk is kun je een figuur tekenen op een papier. De kinderen moeten een stukje touw op het papier lijmen
  • Knopen leggen of veters strikken.
  • Iets opmeten met het touw. Kies 2 kinderen uit. Meet met het touw uit welke van de twee het langst is.