Les 1 Introductie van de koffer

Lesinhoud:

  • De kinderen ontdekken wat er in de koffer zit en schrijven een brief aan de postbode

Lesdoelen:

  • Prikkelen van de nieuwsgierigheid van de leerlingen
  • Het starten van de zoektocht naar de eigenaar van de koffer

Benodigdheden:

Tijd:

  • 45 minuten

Voorbereiding:

  • Laat de koffer in het bijzijn van de kinderen bezorgen of zet hem aan het begin van de schooldag op een zichtbare plaats in de klas
  • Zorg voor papier, pennen, eventueel stempels indien aanwezig, grote envelop

 

1. Introductie 

Doe alsof de koffer per abuis op de stoep is gevonden. Wellicht heeft een postbode hem bezorgd terwijl de school nog dicht was. Je hebt geen idee.

Laat de kinderen reageren op de koffer. De kinderen zullen zich afvragen hoe die koffer in de klas komt. Geef aan dat je dat niet weet, en dat je dat samen met de kinderen wilt ontdekken. Dat ga je doen door samen met hen vragen te stellen. Vraag de leerlingen wat zij zouden willen weten.

Maak zonodig aantekeningen wat de kinderen willen weten zodat je hier later nog op terug kunt komen.

 

2. Klassengesprek 

1. Nodig de kinderen uit zelf antwoorden op hun vragen (zie hierboven) te bedenken.

Bespreek daarna hoe de koffer eruit ziet. Doe dat grondig.

Stel hierbij de volgende vragen:

  • Is hij oud? Waar zie je dat aan? Of is hij nieuw?
  • Is hij zwaar?
  • Hoe ziet de buitenkant, het slot eruit?
  • Denk je dat hij belangrijk is? Waarom denk je dat?
  • Wat zou erin zitten? Laat de kinderen raden/voorspellen wat erin zit. Waarom denken ze dat?
  • Kan hij open?

2. Wijs één kind aan (wellicht een stil kind) dat de koffer mag openen. Bekijk samen hoe het slot van de koffer opengemaakt kan worden. Daarbij stimuleer je de kinderen elkaar te helpen.

Als de koffer open is, laat je de kinderen de inhoud bekijken zonder deze aan te raken. Vraag een aantal kinderen te vertellen of de inhoud klopt met wat ze voorspeld hadden. Waarom wel of niet?

Vraag dan één of twee kinderen een voorwerp aan te wijzen waar ze meer van zouden willen weten.

Let erop dat je steeds andere kinderen uitkiest voor deze individuele opdrachtjes!

Stel hen de vragen:

  • Van welk ding zou je meer willen weten? Wijs het aan.
  • Waarom? Als ze het antwoord niet weten: Vind je het mooi, of spannend, of...

N.B.: Zorg ervoor dat bij het bekijken en bespreken van de inhoud van de koffer de nieuwsgierigheid rond het afgesloten kistje wordt gewekt. Zit er iets in? Rammelt het?

3. Bekijk en bespreek de voorwerpen die de leerlingen hebben uitgekozen wat grondiger. Gebruik hierbij de Kijkwijzer.

Laat daarna twee kinderen weer andere voorwerpen uitkiezen om te bespreken. Vraag hen weer waarom ze wat van die voorwerpen willen weten. Ga zo een aantal voorwerpen langs. Zo komen steeds twee kinderen aan de beurt die meer spreektijd hebben.

Bij het onderzoeken van de voorwerpen kunnen verschillende zintuigen aan bod komen: aan de lapjes kun je voelen, aan de parfumverstuiver kun je ruiken, het doosje met kralen rammelt. Laat de leerlingen hun reacties op deze waarnemingen onder woorden brengen.

  • Bijvoorbeeld bij de lapjes kunt u één leerling vragen: welk is het zachtst?, welk is het gladst?, van welk lapje zou jij een kledingstuk willen hebben en waarom?
  • Bij de schelpen: neem je zelf ook schelpen mee van het strand? Welke van deze schelpen vind je de mooiste? Als je een visje was, in welke schelp zou je dan willen wonen? Waarom?
  • Bij het fotolijstje: zijn de personen in het fotolijstje jong of oud? En herkennen de kinderen misschien iets op de oude en nieuwe dorpsfoto’s?

4. Vraag aan drie verschillende leerlingen een voorwerp uit te kiezen dat ze zouden bewaren en een dat ze zouden weggooien; vraag waarom ze dat zouden doen.

5. Als de voorwerpen bekeken zijn, vraag de leerlingen dan of ze denken dat de koffer voor hen bestemd is, een waarom wel/niet.

Als de koffer niet voor hen bestemd is, vraag 2 leerlingen te bedenken van wie hij zou kunnen zijn. Als de koffer niet voor ons is, voor wie dan wel? Zou degene van wie de koffer is, zijn spullen missen? Waarom?

 

3. Afsluiting 

Schrijf vervolgens samen met de kinderen een briefje aan de postbode om aan te geven er een koffer is gevonden of bezorgd, maar dat die niet op het goede adres is aangekomen. Bespreek vooraf wat er in de brief moet komen te staan. Doe de brief in een envelop met daarop het goede adres en stuur de brief (zogenaamd) op. Wellicht kunnen de kinderen de brief bestempelen of van tekeningen voorzien.

Stimuleer de kinderen te fantaseren wat ze met de koffer gaan doen als de eigenaar niet gevonden wordt.

 Tips voor de leerkracht

  • Indien mogelijk, versturen de kinderen (zogenaamd) een e-mail naar de TNT Post.
  • Gebruik werkblad 1: Print het werkblad (de omlijning van een koffer) op gekleurd papier en laat de kinderen uit tijdschriften voorwerpen knippen/scheuren die ze mooi vinden en deze opplakken op het vel met de koffer.
  • Zet de koffer met inhoud op een ontdektafel. Laat de kinderen, in kleine groepen, de voorwerpen in de koffer bekijken. Door middel van tekenen en (na)stempelen maken ze een inventarisatie van de inhoud van de koffer, bijvoorbeeld door naamkaartjes aan de verschillende voorwerpen te bevestigen.
  • De voorwerpen kunnen op verschillende manieren beoordeeld worden: welke voorwerpen zijn misschien oud en welke nieuw? Zijn de mensen in het fotolijstje van nu of vroeger? Waaraan zie je dat?